/files/nws/062/dokterstress.jpeg

Keerpunt 7: De dokter trekt het niet.

15 okt 21

“Huisartsen met handen in het haar om bezetting rond te krijgen”, schreef de LHV afgelopen week. Het zou al 25 jaar een jaarlijks noodbericht van de eerste lijn kunnen zijn. Wat is er eigenlijk aan de hand met die huisartsen zorg en is er in de huidige omstandigheden nog wel een perspectief?

De huisartsengeneeskunde heeft al jaren te maken met een groeiende zorgvraag, een knellende arbeidsmarkt en veranderingen in het vak. Deze omstandigheden zijn nu problematischer dan ooit en door de COVID-pandemie zijn de grenzen van het uitvoerbare pijnlijk zichtbaar worden. De huisarts ‘trekt’ het niet meer, in populaire bewoordingen. In die terminologie ligt echter wel het perspectief.

Al tientallen jaren onderzoeken wij met praktijkdoorlichtingen de werkdruk waaraan eerstelijns professionals bloot staan. Objectief is die te verklaren uit een groeiende en complexer wordende zorgvraag, omdat de huisarts steeds meer werkzaamheden moet verrichten voor de GGZ, de tweede lijn, de publieke zorg en de ouderenzorg. De contactbehoefte van de patiënt groeit explosief en geeft een grote druk op de balie en telefoon en een ontoereikende capaciteit. Het gevolg is steeds langere wachttijden voor een afspraak, meer agressie aan de balie en in de spreekkamer en steeds meer oververmoeide professionals. Subjectief zien wij dat de traditionele manier van praktijkvoeren geen antwoord meer biedt en de negatieve werkdrukervaring steeds meer toeneemt.

Het probleem is zoals gezegd niet nieuw. De sector kreeg meer middelen voor praktijkondersteuning, praktijkmanagement en ketenzorg. En recenter ook meer consulttijd. Het probleem verdwijnt echter niet, omdat de kern van het probleem niet wordt opgelost: er is meer volume nodig om in de groeiende contactbehoefte te voorzien. Wij zien dat de huisartsenzorg onvoldoende antwoord heeft op de snelle verdubbeling van de contactbehoefte van patiënten de afgelopen 10 jaar.

Met het introduceren van E-health en netwerkzorg voor steeds meer diagnosegroepen is er voorlopig nog geen einde aan de groei. Er is niet zozeer behoefte aan meer kwaliteit, maar wel aan meer aandacht en antwoord. Men kan voor langerdurende en frequentere consulten met praktijkondersteuners kiezen zoals we veel zien, maar als de capaciteit niet meegroeit heeft dat juist een vermindering van contactmomenten tot gevolg. Dit eenvoudige mechanisme werkt niet, omdat de huidige arbeidsmarkt een stok tussen de spaken steekt. De capaciteit kán voorlopig niet meegroeien.

Wat dan wel te doen? Méér van hetzelfde werkt niet meer, er moet dus iets nieuws komen. Nieuwe ideeën om met beperkte middelen adequaat volume en kwaliteit te realiseren. De huisartsenzorg moet geholpen worden om hun praktijkvoering aan te passen met nieuwe antwoorden. Bijvoorbeeld door naast langere consulten ook kortere consulten te introduceren. Door de instroom anders te organiseren en door het organiseren van (groeps-)consulten door/met paramedici en medisch specialisten. Of door het clusteren van contacten voor bepaalde diagnosegroepen en het herschikken van taken met de wijkzorg.

Het lukt niet door meer management en coördinatie, maar wel met actieve dokters en ondersteuners die het hele primaire proces van de werkdag regisseren en oplossen. Het organiseren van ruim 20.000 patIëntcontacten per normpraktijk per jaar (tijdens kantoortijden) vergt nieuwe werkvormen, communicatievormen en samenwerkingsvormen. En uiteindelijk ook een andere financiering. Want als de Juiste Zorg op de Juiste Plaats op stoom komt, dan moet de eerste lijn nog harder groeien.

Probeer de contactbehoefte dus niet te beteugelen, maar juist efficiënt en effectief te beantwoorden. De huisarts, doktersassistenten, praktijkondersteuners en hun samenwerkingspartners kunnen dat als ze de middelen hebben goed, maar weten niet hoe en waar te beginnen. Er is veel mogelijk want de patiënt is best bereid andere huisartsenzorg te accepteren.

Goede beschikbaarheid van de eerste lijn is de sleutel voor meer preventie, zinnige zorg en betere uitkomsten van zorg. Dat bereik je niet met meer overhead en strengere triage; wel met een andere vakuitoefening en praktijkvoering. En met meer regelcapaciteit voor de dokter ontwikkelt het vak van huisarts, assistent en ondersteuner zich in de arbeidsmarkt ook nog eens positiever.

14 oktober 2021
Wilbert van den Winkel